Melanophryniscus stelzneri

Beschrijving

Caresheet: melanophryniscus-stelzneri

melanophryniscus stelzneri komt voor op de pampa,s van Argentinië en Paraguay.
Gewoon kamer temperatuur is aan te bevelen . Seizoenen geven aan de dieren is wel het beste, de meeste dieren komen uit Paraguay waar ze in de winter temperaturen tot onder het vriespunt wel eens kunnen mee maken. Van mei tot september/oktober kun je deze padje bij ons klimaat buiten houden ( niet in de volle zon ).
Terrarium In een terrarium met voldoende ventilatie bij een temperatuur van ongeveer 18°C. De bodem van het terrarium kan ondermeer bestaan uit vochtig turf,beukenbladen en enkele mossen. Opgestapelde stenen en turfbroden dienen als schuilplekken voor deze dagactieve padjes. Als beplanting zijn bijvoorbeeld Philodendrons en Ficus repens geschikt. Een watergedeelte is niet nodig, af en toe wat sproeien is voldoende voor de padjes. Deze padjes eten alles, wat maar klein genoeg is zoals grote en kleine fruitvliegen, kleine huis-en veldkrekels en kleine pissebedden.

Geslachten De padjes blijven vaak lange tijd op dezelfde plek in het terrarium zitten in afwachting van voorbijkomend voedsel. Het is dus zaak om ruim voldoende voedsel aan te bieden. De padjes zitten vaak in groepjes bij elkaar en verdragen elkaar goed. Tijdens de voortplantingstijd fluiten de mannetjes hard. Dat is goed hoorbaar tot op tientallen meters afstand. De geslachten zijn redelijk goed te herkennen: de vrouwtjes zijn ongeveer 3,5 cm en een stuk plomper dan de ongeveer 2,5 cm grote mannetjes. Een echt duidelijk verschil, zoals de dikkere voorpoten bij de mannetjes van Atelopus en echte padden is niet goed te zien bijMelanophryniscus stelznerii.

Regenperiode Melanophryniscus stelzneriiheeft een korte regenperiode nodig om tot voortplanting over te gaan. In een regenterrarium met een water en lucht temperatuur van circa 20°C met goede ventilatie kunnen de natuurlijke omstandigheden goed nagebootst worden. Een regenterrarium is een terrarium van meestal tijdelijke aard, waarin doorlopend water vanaf de bodem wordt opgepompt naar een sproeisysteem, dat in dezelfde bak uitmondt. Op die manier kan dus een permanente regenbui worden gesimuleerd. De beplanting van de waterbak kan men hoornblad ceratophyllum demersum en waterpest Elodea canadensis gebruiken Beplanting is noodzakelijk voor het afzetten van de eieren. Het waterniveau van 5 cm is ruim voldoende.

Eieren Wanneer er een regenbui kunstmatig wordt opgewekt beginnen de mannetjes te kwaken en gaan in amplex Na enkele uren tot enkele dagen in amplex te hebben gezeten, beginnen de padjes met het afzetten van circa vijftien eiklompjes van 10 to 20 bruinzwarte eitjes van 1 mm in doorsnede. Het mannetje hangt met zijn achterpoten de afgezette eiklompjes in de beplanting. Na 4 uur is er al ontwikkeling in eieren te zien en na 72 uur( bij een watertemperatuur van 20 °C) hebben de eieren zich ontwikkeld tot 3 mm grote larven , die aan de planten en aan het glas van de waterbak hangen. Visvoer als tetra min en Tetra phyll wordt door de larven goed gegeten en zij groeien daarop voorspoedig en metamorfoseren en na circa 3 weken

Op het land Binnen 2 dagen is het staartje geheel ingeteerd. Het pas gemetamorfoseerde padje van is dan ongeveer 5 mm. Een goede kweek Collembola is noodzakelijk. Bladluizen Aulacorthum solani, die in de zomermaanden volop in het riet aan de slootkant te vinden zijn, zijn het meest ideale voesel voor de padjes. Na 2 weken zijn de kleine gele vlekken zichtbaar en an een 6 weken is een padje ongeveer 1 cm lang en eet het kleine fruitvliegen. De jonge padjes zijn erg stress gevoelig . De padjes groeien binnen een jaar op tot volwassen padjes van 2,5 tot 3 cm groot.