Lepidodactylus lugubris

19,50

SKU: AR 7 Categorieën: ,

Beschrijving

Caresheet: care-sheet-lepidodactylus-lugubris

Lepidodactylus lugubris
Nederlandse naam: Rouwgekko Engelse naam: Mourning gecko
Herkomst: verschillende landen Grootte: 8-10 cm Levenswijze: boombewoner Wetgeving (CITES): geen
Leeftijd: tot 5 jaar
Familie: Gekkonidae
Geslacht: Lepidodactylus
Soort: Lepidodactylus lugubris
Algemeen
De soort werd voor het eerst beschreven door DUMÉRIL en BIBRON in 1836 onder de naam Platydactylus lugubris. De naam Lepidodactylus lugubris werd voor het eerst gebruikt door FITZINGER in 1843. De naam van deze soort is in totaal 33 keer veranderd. Vanaf 1997 (MANTHEY & GROSSMANN1997/COGGER 2000) heeft de soort weer de huidige naam.
L. lugubris komt in het wild voor van Zuidoost-Azië en Indonesië tot in Australië. De soort is in verschillende delen van zuid en midden Amerika geïntroduceerd; van Mexico tot Chili en ook op de Galápagoseilanden en Hawaï. De reden voor dit grote verspreidingsgebied is waarschijnlijk het grote aanpassingsvermogen; van tropische bossen tot rotsachtige streken en woestijnen.
De gekko’s zijn parthenogenetisch. Dit wil zeggen dat een vrouwtje zich kan voortplanten zonder dat daarbij een mannetje aan te pas komt. Het merendeel van de exemplaren bestaat dan ook uit vrouwtjes. Mannetjes zijn zeldzaam.
De diertjes zijn verschillend van kleur en tekening. Ze hebben een gemarmerde rug die varieert in kleur van licht- tot donkergrijs. Ze hebben afgeplatte tenen waardoor ze tegen glas (gladde ondergrond) aan kunnen klimmen.
Terrarium
Maten
Lepidodactylus lugubris is goed samen te houden met ondermeer Dendrobates in een paludarium met de maten 60 (L) x 50 (B) x 40 (H) cm. Je kan ze ook in een eigen terrarium doen. Denk hierbij aan de volgende maten 30 (L) x 30 (B) x 30 (H) cm voor een enkel dier, 30 (L) x 35 (B) x 35 (H) cm voor twee dieren en 40 (L) x 40 (B) x 50 (H) cm voor meerdere dieren.
Bodembedekking
Als bodembedekking kan gebruik worden gemaakt van turf / boomschors en bedekt met bladeren om het geheel het uiterlijk van een bosbodem te geven. De bodembedekking die hier beschreven wordt is vochtvasthoudend en goede voedingsgrond voor planten.

De temperatuur in het terrarium moet tussen 24˚C en 32˚C overdag zijn. ’s Nachts mag de temperatuur dalen tot 18˚C–20˚C. verlichting. De verlichting overdag mag 10-12 uur aan staan.

Inrichting
Als een dendrobates biotoop Zorg voor zowel verticale als horizontale klimmogelijkheden. Vooral onder de lichtbron kunnen een aantal horizontale stokken geplaatst worden waar de gekko’s op kunnen liggen zonnen.
Beplanting kan bestaan uit Ficus pumila en Philondendron scandens. Deze klimplant doet het goed in terraria en krijgt mooie grote bladeren waar de gekko’s overheen kunnen klimmen. Ook Bromelia’s en orchideeën zijn geschikt.
Voedsel
Lepidodactylus lugubris is voornamelijk een insecteneter. Drie á vier keer per week geef je de dieren voedseldieren, grote en kleine fruitvliegen ,kleine krekels, krulvliegen en andere kleine insecten die bepoederd zijn met een calcium- of vitaminepreparaat. Het terrarium mag één á twee keer per dag gesproeid worden. De dieren komen uit een omgeving waar het redelijk vochtig in de lucht is. Wij sproeien het terrarium ’s ochtends en ’s avonds. De dieren maken hier gebruik van door te drinken. Ze likken het water van bladeren, takken en de ramen. Een goede luchtvochtigheid is tevens belangrijk voor de vervelling. Als stelregel kan een luchtvochtigheid aangehouden worden van 50–80%.

Geslachtsonderscheid
Mannen van deze gekkosoort zijn zeldzaam. In de terrariumhobby zul je ze niet of zelden tegenkomen. Het geslachtsonderscheid schijnt moeilijk te zijn, aangezien de mannen erg op de vrouwen lijken.

Voortplanting
Lepidodactylus kan zich het hele jaar door voortplanten. Na een aantal weken kan je bij de vrouwen verdikkingen in de buik zien ontstaan. Een teken dat ze eieren heeft. Ze leggen per keer twee hardschalige eieren die meestal bovenin het terrarium worden vastgeplakt. Ook kunnen de eieren wel uitkomen in het terrarium. Het is echter de vraag of de jongen het overleven of dat ze voor voedsel worden aangezien. . Let er wel op dat ze in een goed afgesloten bak worden geplaatst. Doordat ze klein zijn, ontsnappen ze door de kleinste gaatjes (bijvoorbeeld door de ruimte tussen de glasdeurtjes). De jongen worden elke dag gevoerd met fruitvliegjes en kleine krekeltjes die bepoederd zijn met een calcium- en/of vitaminepreparaat.