Agalychnis annae

Beschrijving

Caresheet: care-scheet-agalychnis-annae

Agalychnis annae

Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Amfibia (Amfibieën)
Orde: Anura (Kikkers en padden)
Familie: Hylidae (Boomkikkers)
Onderfamilie: Phyllomedusinae
Geslacht: Agalychnis

Verspreidingsgebied

Lange tijd was Agalychnis annae alleen bekend uit Costa Rica. Deze soort was voorheen algemeen in de regenwouden van de Cordillera de Tilarán, de Valle Central en het noordoostelijke deel van de Cordillera de Talamanca op hoogtes tussen de 780 en 1650 meter. Tegenwoordig is Agalychnis annae verdwenen uit onder meer Monteverde en Tapantí. Tot recent waren er alleen nog restpopulaties bekend in koffieplantages in de regio van San José, maar inmiddels lijken de populaties zich te herstellen en wordt de soort weer vaker waargenomen. In 2008 werd de soort voor het eerst ook in Panama aangetroffen in de Serrania de Tabasara nabij La Nevera in de Caribische regio Ngöbe-Buglé. Deze locatie bevindt zich ongeveer 230 km van Moravia de Chirripó, de dichtstbijzijnde bekende populatie in Costa Rica.

De lichaamslengte van de vrouwtjes bedraagt tot acht centimeter, de mannetjes blijven iets kleiner tot ongeveer 6 cm. Zoals veel makikikkers heeft ook deze soort een bonte kleurentekening; een helder groene rug, maar hemelsblauwe poten, tenen en soms zelfs flanken. De buik en zwemvliezen zijn rood tot paars, maar kunnen ook gelig tot wit van kleur zijn. De blauwe kleur komt ook terug in rand om de ogen met aan de binnenzijde een zwarte ring zodat ook de ogen goed afsteken. Er zijn echter ook streken waar de intensiteit van de heldere kleuren een stuk minder is, en ook bij vrouwtjes zijn de kleuren matter. De kleur van de opvallend grote ogen is helder geel van kleur, de pupil is verticaal.

Deze kikker leeft in warme en zeer vochtige streken zoals bergwouden en tropisch regenwoud. Zoals alle bladkikkers zit ook deze soort graag hoog in een boom, overdag onder een blad verstopt en als er ‘s nachts gejaagd wordt kruipt hij door takken en struiken op zoek naar allerlei insecten. Ook kleinere gewervelden kunnen worden buitgemaakt.
Agalychnis annae leeft in het natuurlijke verspreidingsgebied bij temperaturen rond 23 graden Celsius. ‘s Nachts is het wat koeler rond de 18 graden en is een permanent hoge luchtvochtigheid van 50 tot 70 procent. Slechts gedurende enkele maanden per jaar, tijdens het regenseizoen, is de temperatuur en ook luchtvochtigheid hoger, rond de 80%, en worden er eitjes vastgeplakt onder bladeren die boven het water hangen. De embryo’s die in de eitjes zitten kunnen bij deze soort tot wel 48 uur eerder uitkomen dan eigenlijk de bedoeling is, bijvoorbeeld als ze worden aangevallen. Ze zijn nog net te onderontwikkeld om te kunnen zwemmen, en zinken naar de bodem maar dat geeft ze een betere kans dan te blijven zitten en te worden opgegeten door bijvoorbeeld wespen of slangen.
Het terrarium.

Agalychnis annae heeft graag een terrarium vol met planten, vooral planten met wat grotere bladeren. Overdag slapen ze meestal onder de bladeren. Gezien zijn territorium- en voortplantingsgedrag vraagt hij om een wat groter terrarium. Een niet al te diepe waterpartij is ook erg belangrijk, De maki kikkers maakt af en toe graag gebruik van een duik in water, niet dat hij zwemt, maar hij zit soms graag even in het water en klimt er dan weer uit. De waterpartij is natuurlijk ook van belang voor de voortplanting.
De kikkers doen het goed in groepjes, maar daarvoor heb je wel de ruimte nodig. Mannen moeten minstens een halve meter uit elkaar kunnen zitten. Voor een koppeltje is een bak van 80 × 50 × 80 l x d x h cm voldoende, maar hoe groter hoe beter.
Agalychnis annae vraagt een dagtemperatuur van zo’n 23-24 ° Celsius, en een nachttemperatuur van ongeveer 18- 20 ° Celsius. De luchtvochtigheid moet overdag minstens 50 tot 70% zijn. Dagelijks sproeien is aan te bevelen .

Voedsel.

Agalychnis annae zijn echte vreetzakken en eten alles wat in hun bek past. Voer ze om de 2-3 dagen met o,a met wasmotten, krekels, sprinkhanen, krulvliegen en weide plankton .